| Knolselderij | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
'Dolvi' |
|||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| variëteit | |||||||||||||||||||
| Apium graveolens var. rapaceum DC. |
|||||||||||||||||||
'Dolvi' |
Knolselderij (Apium graveolens var. rapaceum) is een variant van het kruid snijselderij die net boven de grond een knol vormt. Knolselderij vormt een knol met een diameter van zo'n 10 cm. De knollen voor industriële verwerking moeten groter zijn dan die voor verse consumptie. Hoewel knolselderij voor de knol geteeld wordt, kunnen de bladeren ook worden gegeten. Vaak wordt in het vroege voorjaar knolselderij met een toefje loof in de handel gebracht.
Selderijplanten lijken in het jonge stadium veel op elkaar. Op oudere leeftijd zijn ze te herkennen door de knol en de brede (bij bleekselderij) of fijne (bij snijselderij) bladstelen.
Geraspte of in stukken gesneden knolselderij is bijzonder smakelijk met name in de erwtensoep. Ook voor het trekken van bouillon is hij heel geschikt. De smaak van de knol is milder dan die van de bladeren van de snijselderij.
Uiteraard kan men de jonge bladeren van de knolvariant ook best, net als die van de andere variant, in de soep gebruiken. Sowieso zijn de jonge bladeren altijd veel zachter en veel eetbaarder. Knol- en snijselderij overleven milde winters, maar vormen in het tweede jaar een bloemstengel en sterven daarna af. Er moet dus ieder jaar opnieuw gezaaid worden.
Er zijn twee typen knolselderij:
De langloofrassen worden op zaaibed eind februari tot half maart gezaaid en half mei tot begin juni uitgeplant met een plantafstand van 50 cm tussen de rijen en 50 cm in de rij. Het zaad moet zeer oppervlakkig worden gezaaid, omdat knolselderijzaad alleen kiemt onder invloed van licht, het is een zogenaamde lichtkiemer. Voor de kortloofrassen is dit half maart tot begin april, respectievelijk eind mei tot half juni uitgeplant met een plantafstand van 50 cm tussen de rijen en 40 cm in de rij. De oogst vindt plaats van eind oktober tot half november.
De voedingswaarde van 100 gram verse knolselderij is:
| Energetische waarde | 134 kJ |
| Koolhydraten | 5 gram |
| Eiwit | 2 gram |
| Vet | 0,4 gram |
| Vitamine C | 12 mg |
| Vitamine B1 | 0,03 mg |
| Vitamine B2 | 0,03 mg |
| Calcium | 80 mg |
| IJzer | 1,0 mg |
Knolselderij kan aangetast worden door de schimmels bladvlekkenziekte (Septoria apiicola) en schurft (Phoma apiicola). Ook kan hartrot optreden door aantasting van de bacterie Erwinia carotovora subsp. carotovora. De voet van de hartbladeren beginnen te rotten, waarna ook de knol wordt aangetast.
Overigens wordt zowel de benaming selderie als selderij gebruikt.
|
Kiemplanten |
Jonge plant van 'Dolvi' |
Volgroeide plant van 'Dolvi' |
onvolgroeide knol |
|
Bloeiend |
Bloemen |
|