| Cassave | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| soort | |||||||||||||||||||
| Manihot esculenta Crantz (1766) |
|||||||||||||||||||
Cassave, de wortel van de Manihot esculenta |
Cassave of maniok is de eetbare wortelknol van Manihot esculenta, een verhoutende, overblijvende heester.
Cassave wordt in Afrika en Zuid-Amerika veel gegeten. Oorspronkelijk komt hij uit Brazilië. Alle huidige geteelde planten zijn cultivars.
Cassave is van oorsprong een Zuid-Amerikaanse savanneplant. De plant kan groeien op zeer arme gronden (maar dan zijn de opbrengsten relatief laag) en is ook goed bestand tegen droge periodes (behalve kort na het planten van jong gewas). Ook is de plant goed bestand tegen sprinkhanenplagen.
De cassave werd in Brazilië en Venezuela zeker al sinds 3000 v.Chr. verbouwd, zoals blijkt uit archeologische vondsten van gereedschappen gebruikt voor het schrappen van de knollen.
Na de ontdekking van Amerika hebben de Portugezen de knol verspreid naar Afrika (vanaf ca. 1600) en Zuid- en Zuidoost-Azië.
Thans leven in de tropische ontwikkelingslanden enkele honderden miljoenen mensen voor een groot deel van de cassave. In 2002 bedroeg de wereldproductie 184 miljoen ton.
Hoewel de plant veel zetmeel bevat en voedzaam is, bevat hij ook het giftige blauwzuur in de vorm van glycosiden, dat er bij soorten met hoge gehalten voor de consumptie eerst uit moet worden verwijderd. Het gehalte loopt uiteen van 20 mg HCN/kilo verse knollen tot wel 1000 mg/kilo. Soorten met hoge gehalten worden 'bittere cassave' genoemd, met lage 'zoete'. Het eten van rauwe bittere cassave is gevaarlijk, maar ook de zoete cassave kan beter worden gekookt. De ziekte konzo is in feite een vorm van chronische cyanidevergiftiging, veroorzaakt door het eten van cassave, tapioca of fufu waaruit het blauwzuur niet of onvoldoende is verwijderd. Dit kan leiden tot gebreksziekten door een te kort aan jodium.
Maniokbloem kan ook gebruikt worden om tarwebloem te vervangen, het wordt daarom ook wel gebruikt door mensen met allergieën. Tapioca en fufu worden gemaakt van de zetmeelrijke bloem van de maniokwortel.
In Congo worden ook de bladeren van de cassaveplant bereid als een soort spinazie, onder andere in het typische Congolese gerecht sakasaka. Een ander Congolees gerecht waarin maniokbladeren worden gebruikt, is Moambe.
In Tanzania worden de bladeren gebruikt voor het gerecht kisamvu.
In tegenstelling tot de knollen, die heel arm aan eiwit zijn, bevatten de bladeren veel eiwit.
In Nederland zijn de wortelknollen van de cassave te koop in toko's en op de grotere markten.
Deze soort wordt in het Spaans yuca genoemd en wordt daarom soms verward met soorten uit het niet-verwante geslacht yucca.