De sperzieboon is een peulvrucht die met de peul als groente gegeten wordt. De sperzieboon behoort tot de boon (Phaseolus vulgaris). Witte bonen zijn de gedroogde, volgroeide zaden van de stamsperzieboon. De sperzieboon wordt ook wel prinsessenboon, slaboon of herenboon genoemd. Oorspronkelijk is de sperzieboon afkomstig uit Zuid-Amerika. De naam is afgeleid van `aspergieboontjes'. Deze boontjes danken hun naam aan het feit dat ze volgens oud-Hollands gebruik net als asperges met gesmolten boter en nootmuskaat werden opgediend.
Er is een stamvariant, de stamslaboon en een klimmende (windende), de stokslaboon.
De bonen kunnen aangetast worden door het 3 tot 4 mm grote bonenkevertje (Acanthoscelides obtectus). Tijdens de groei legt het kevertje eitjes in de bonen. Bij de bewaring vreten de larven de bonen uit en komen in het voorjaar de kevertjes naar buiten. Hierdoor ontstaan de karakteristieke ronde gaatjes in de boon. Door de bonen minimaal drie dagen bij -20°C of enkele weken in de diepvries te bewaren worden de eitjes en de larven gedood.
Ook worden bonen aangetast door de bonenspintmijt (Tetranychus urticae). Op het blad verschijnen op de bovenkant stipvormige vlekjes. Op de onderkant zitten zeer kleine spinachtige beestjes. Bij een ernstige aantasting vallen de bladeren af.
Daarnaast zijn bonen onder vochtige omstandigheden vatbaar voor Grauwe schimmel, die zowel blad, stengel als boon aantast. Vooral afgevallen bloempjes zijn vaak veroorzaker van een aantasting.
In warme zomers kan aantasting van roest (Uromyces appendiculatus var. appendiculatus) optreden. Op het blad ontstaan eerst lichte, ronde vlekjes met op de achterkant in een kring staande witte bekertjes. Later kleuren de vlekken door de vorming van sporen van lichtbruin naar donkerbruin.
|
Bonenkeverschade bij sperziebonen |
Bonenkevertje |
Aantasting door bonenspintmijt |
Grauwe schimmel |
|
Roest |