| Adelaarsvaren | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| soort | |||||||||||||
| Pteridium aquilinum (L.) Kuhn (1879) |
Op deze wijze kan de adelaarsvaren op sommige plaatsen soms een moeilijk te bestrijden onkruid zijn. Op onbeschutte plaatsen is er een kans dat de plant schade oploopt als gevolg van kou (bijvoorbeeld een koude wind of nachtvorst).
De bladeren van de adelaarsvaren staan alleen en zijn dubbelgeveerd, soms zelfs driedubbel geveerd.
Als men de bladsteel aan de voet schuin doorsnijdt, ziet men een figuur dat op twee adelaars lijkt. Hieraan dankt de soort zijn naam. Die figuur ontstaat overigens door de ligging van de vaarbundels.
De bladveren kunnen wel een meter hoog worden. Er zijn zelfs exemplaren bekend met bladveren van 3 meter.
De sporenhoopjes (sori) zitten langs de bladrand en zijn door de omgeslagen rand bedekt. De sporen zijn rijp in juli of augustus. Voor meer informatie over de voortplanting, zie het artikel varens.
De bladen van de adelaarsvaren zijn het meest toxische deel van de plant. De toxiciteit berust op verschillende factoren. Zo bevat de plant thiaminase, een enzym, dat vitamine B1 afbreekt. Het gevolg is een vitamine B1 deficiëntie. Verder bevat de plant sesquiterpenen die bij het rund en schaap een aplastische anemie kunnen veroorzaken. Bij runderen wordt verder nog een gestoorde bloedstolling vastgesteld. Een verdere factor is een carcinogene factor, die in de urineblaas en het maagdarmkanaal tumoren laat ontstaan.
Desondanks worden speciaal behandelde en ingelegde, jonge spruiten in Korea en Japan als groente bij rijst gegeten.
|
wortelstok |
gedeelte van blad met laatste twee verenparen van driedubbelgeveerd blad |
dwarsdoorsnede stengel |